Paul Arnoldussen, journalist en schrijver

In 1982 kwam ik bij Het Parool, dankzij schrijver Tom Pauka, destijds columnist bij de krant. Hoofdredacteur Wouter Gortzak wilde "iets voor kinderen." Ik ging er de dagelijkse jeugdpagina Goochem maken. Hoofdredacteuren komen en gaan, portefeuilles van journalisten wisselen. De laatste jaren bij de krant hield ik me vooral met geschiedenis bezig, met name die van Amsterdam. Een prettige taak, er komt dagelijks geschiedenis bij en er gaat alleen maar toekomst af.


Paul Arnoldussen Foto: Hans Frederiks

Voordeel van geschiedenis is dat het redelijk tijd­loze verhalen en series oplevert. En dat is dan ook de rechtvaardiging van deze site. Actuele stukjes, die ik overigens nauwelijks meer schrijf, staan alleen op de homepage. Wel is er wat ruimte voor wat nevenactiviteiten die ook vrijwel allemaal met geschiedenis te maken hebben.

Reacties zijn welkom, maar worden niet gepubli­ceerd. Ik kijk wel uit, het moet wel een prettige site blijven. Die nog enigszins de ijdelheid streelt. Want zo is het, toegegeven, natuurlijk ook.Reageer

Lopende zaken
Aan de Amsterdamse Wallen

Met Piet de Rooij, Peter Paul de Baar, Bert Nap en Marian van de Veen-Van Rijk zat ik in de redactie van het onlangs verschenen “Aan de Amsterdamse Wallen.” Eindredactie Herman Vuijsje, prachtig vormgegeven door Bart van den Tooren, uitgegeven door Boom die voor dat gebonden fullcolor groot-formaat werk van bijna 400 pagina’s nog geen dertig euro vraagt. Dat de auteurshonoraria nogal leden onder dat uitgeefbeleid, men hoort ons er niet over.
Enige verhalen, anekdotes en diepgang over een buurt die waarachtig veel meer te bieden heeft dan prostitutie en, sinds kort, jonge swingende ondernemers. Ik mocht me vooral verdiepen in de kinderen op de Wallen, de Tweede Wereldoorlog daar, de dieren, de sekstheaters, de boekproducenten en de vroege toeristen. Dat laatste verhaal is digitaal te lezen, na de ook al zo maar voor niets verkrijgbare inleiding. Zie de eerste link. De tweede verwijst naar de tekst van de uitgever.

Aan de Amsterdamse Wallen, inleiding. (pdf)
Bezoek de site van uitgeverij Boom

Verschenen...
Omslag illustratie: Gertie Jaquet
Ontwerp: Piet Schreuders

Je kunt boeken of boekjes schrijven over de Olympische Spelen in Amsterdam, over de geschiedenis van Café Scheltema, de poes in de oorlog of kunstenaars in Parijs of Cagnes-sur-Mer, maar het publicitaire leven is pas echt een beetje geslaagd als je een Gouden Boekje kunt schrijven.

Lees meer over Gompelemikkie →

De Parelduiker
De Parelduiker

De Parelduiker is het origineelste literaire tijdschrift in Nederland, heel leesbaar ook voor de minder ingewijden en daarbij nog zeer verantwoord. Vol verborgen literaire schatten. De naam is ontleend aan Multatuli, Een parelduiker vreest den modder niet, het blad verschijnt vijf keer per jaar, al sinds 1996.
Vanaf begin 2015 heb ik daar een vaste rubriek in, De laatste pagina. Het is de enige actuele rubriek in het tijdschrift, gewijd aan een literaire figuur die onlangs is overleden. Aan de orde zijn inmiddels geweest W.A.M de Moor, Ad den Besten, Ludovík Vaculík, Eriek Verpale, Jean Schalekamp en Jaap Zijlstra..

Meer over De Parelduiker →

Liedje

21 juli 2016
Ieder uur zit er wel een liedje in mijn hoofd. Het is dus geen moeite daarover regelmatig iets op te tikken.

Ik denk te weten dat alles wat Lieven Tavernier (1947) schrijft autobiografisch is. Wat er valt te controleren klopt en dan zal de rest ook wel kloppen. Niet dat dat er toe doet, maar het is curieus. En de Fanfare van honger en dorst trok dus echt door Gent, en Helga had er inderdaad een befaamd frietenkot.

Luister en lees meer →

Onlangs...

21 juli 2016

Tom Pauka Tom Pauka

Tom Pauka is terug. Zijn nieuwe roman Tom weet raad is denk ik een nogal opmerkelijk boek, hoewel dat tot nu toe alleen John Jansen van Galen is opgevallen. Die schreef er vorige maand in Het Parool over. Het speelt in de periode dat de schrijver spindoctor was van Den Uyl, en daarmee ook van de PvdA-fractie.
Tom helpt een alcoholisch Kamerlid in zijn pogingen aandacht te trekken, maar dat loopt wat uit de hand. De man besluit zijn eigen politieke ideeën over euthanasie te onderstrepen door er zelf maar demonstratief een eind aan te maken. De fractie en Tom vinden dat geen goed plan. Over het waarheidsgehalte van het verhaal schrijft Ed van Thijn, die onder eigen naam wordt opgevoerd, in het voorwoord: “Naarmate gebeurtenissen u onwaarschijnlijker voorkomen, is de kans groter dat ze daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.”
Ik heb een heel klein beetje invloed gehad op het leven van Tom Pauka (1934), hij veel op dat van mij.
Pauka was een verdienstelijk bokser voordat hij redacteur van Vrij Nederland werd en programmamaker bij de Vara. Toen, ik was een jaar of dertien, hoorde ik voor het eerst van hem. Ik luisterde wel eens stiekem op mijn kamertje naar het satirische programma Marimba waar hij bij betrokken was. Niet stiekem vanwege het gebodene, maar omdat ik op het moment van uitzending geacht werd te slapen. De naam Tom Pauka zat sindsdien in mijn hoofd, misschien alleen maar omdat die zo apart, zo welluidend en daardoor zo goed te onthouden is.
Eind jaren zeventig was ik redacteur van de jeugdbladen van Malmberg. De laatste periode daarvan hield ik me samen met Rob Maas vooral bezig met Taptoe, het weekblad voor tien- tot twaalfjarigen. Wij hadden daar mooie gedachten over, het moest een soort opinieblad voor kinderen worden. Die militaristische naam stuitte ons uiteraard tegen de bost. Naamverandering was uitgesloten, de oplaag was zeker vier maar zo hoog als Vrij Nederland nu. Klein stapje voorwaarts, we maakten er twee woorden van: Tap Toe. Tenslotte is er toch altijd de tap, vonden we aardig. Het viel natuurlijk geen hond op maar wij hadden ons best gedaan.
Onderdeel van de vernieuwing: een columnist. Pauka had een wekelijks stukje in Het Parool. Helder als glas, nooit omslachtig. Hij zou best voor kinderen kunnen schrijven stelden we vast. Over het getob van volwassenen hadden we bedacht. Hij was verbaasd over het voorstel. “Vinden kinderen dat dan leuk?” “Sommige,” zei ik. Hij vond het geruststellend dat hij het niet iedere lezer naar de zin hoefde te maken.
Zijn rubriek verscheen onder de titel Groot Mens. Ik heb die stukjes niet voorhanden maar eentje staat me nog goed bij. Hoe hij een afspraak had op de zevende etage van een ministerie. Hij had kauwgom in zijn mond en plakte die ergens aan de wand van de lift. Terug met een groepje naar beneden. Hij zei: “Hé, kauwgom,” plukte de lekkernij van de wand en stopte die in zijn mond. De verbijstering van zijn liftgenoten stipte hij hooguit aan maar beschreef hij niet, hij is immers een goed schrijver.
Wouter Gortzak van Het Parool wilde “iets voor kinderen.” Pauka wees op mij. Ik maakte er een paar jaar de dagelijkse jongerenpagina Goochem. Ik ben meer dan drie decennia gelukkig geweest bij die krant. Rob Maas werd redacteur van het Jeugdjournaal, later eindredacteur van het journaal voor grote mensen. Hij kijkt evenmin ontevreden terug.

PAUL ARNOLDUSSEN

Lees meer 'Onlangs...' in het archief



De Persmus De Persmus

Vanaf voorjaar 2012 mag ik me redacteur noemen van het blad van de Vrienden van het Persmuseum. Dat heette Permuseumnieuws, op zich een titel die de lading dekte, niks mis mee dus, maar wel een tikje...

Lees meer →


Facebook

Volg Paul Arnoldussen op Facebook...

Ga naar Facebook →